Inleiding

De naam 'Middeleeuwen'

De middeleeuwen danken hun naam ('middel' + 'eeuwen') aan het feit dat humanisten in de renaissance deze periode als een tussenperiode beschouwden tussen het verdwijnen van de klassieke (Griekse en Latijnse) cultuur en de herontdekking daarvan in hun tijd, de zestiende eeuw.

West-Europa was immers na de ondergang van het Westromeinse Rijk afgesneden van de klassieke cultuur en het kwam daarmee pas weer in aanraking tijdens de kruistochten. De Arabieren hadden veel geschriften van klassieke schrijvers bewaard. Door de achteruitgang van het Byzantijnse Keizerrijk en de bedreiging door de Turken trokken Byzantijnse geleerden naar het veiliger Italië en namen de kennis uit de klassieke oudheid mee die in Constantinopel, het huidige Istanbul, bewaard was gebleven.

Door hernieuwde kennismaking met deze antieke literatuur, filosofie, kunst, muziek en cultuur in het algemeen werden het humanisme en de renaissance feitelijk mogelijk gemaakt. De schrijver Petrarca (ca. 1300) noemde deze periode de tijden van tenebrae (‘duisternis’) en vanaf 1469 werd voornamelijk de term media tempestas (‘tussentijd’) gebruikt. Vanaf de 17de eeuw werd de term medium aevum ('middeleeuwen') gemeengoed.

Begin en einde van de middeleeuwen

Historici hebben verschillende jaartallen aangewezen als begin van de middeleeuwen. De voorkeur voor het ene of het andere jaartal wordt veelal bepaald door de invalshoek van waaruit iemand de gebeurtenissen beoordeelt. Gewoonlijk worden de ondergang van het West-Romeinse Rijk in de 4de en 5de eeuw na Christus en de daarmee samenvallende Grote Volksverhuizing aangeduid als de overgang van de oudheid naar de middeleeuwen. Vanuit deze visie werden enkele belangrijke jaartallen naar voren geschoven die het einde zouden kunnen markeren van deze periode.

Einde van het West-Romeinse rijk - begin van de middeleeuwen

  • Vanuit economisch en sociaal standpunt wordt wel 375 genomen als het begin de grote volksverhuizingen die voedseltekorten in de steden veroorzaken;
  • 378: het christendom wordt staatsgodsdienst in het Romeinse rijk;
  • 395: er komt een definitief einde aan de politieke eenheid van het Romeinse rijk;
  • 410: de Visigoten plunderen Rome;
  • 476: de laatste West-Romeinse keizer, Romulus Augustulus, wordt afgezet door de Germaan Odoaker, wat het einde van het West-Romeinse Rijk betekent.

Van de situatie in Nederland tussen 400 - 1000 is vrij weinig bekend. Vandaar dat wij de middeleeuwen in Nederland doorgaans laten beginnen met de oudste geschreven Nederlandse tekst: 'Hebban olla vogala nestas bagunnan'. Het is een tekst uit de elfde eeuw. Hij is aangetroffen op een vel perkament dat was verwerkt in de omslag van een boek uit de zestiende eeuw. Waarschijnlijk is het een proefblad geweest voor een monnik die tijdens het kopiëren van teksten de pen even moest testen en wat losse tekstjes opschreef.

hebban_olla

Het bepalen van zoiets als 'het einde van de middeleeuwen' is evenzeer aan discussie onderhevig.

Einde van de middeleeuwen - begin van de renaissance

  • 1453: het jaar van de val van het Byzantijnse Rijk, kan als politiek einde gelden. Het Ottomaanse Rijk zou nog eeuwenlang op de Balkan en rond de Middellandse Zee zijn invloed uitbreiden. Ook kwam er in dat jaar een einde aan de Honderdjarige Oorlog;
  • 1492: het jaar waarin Columbus Amerika ontdekte, is ook het jaar waarin een einde kwam aan de Spaanse Reconquista ten koste van het laatste islamitische rijk in West-Europa: Granada viel als laatste islamitische bolwerk in handen van de Spaanse koning;
  • de culturele en intellectuele renaissance, waarin een nieuwe visie op de klassieke oudheid, de mens en de natuur ontstonden; in Italië begon die al in de 14de eeuw met de dichter Petrarca en de schilder Giotto;
  • 1517: op religieus vlak was 1517 van groot belang, het jaar van de breuk tussen de hervormde en de rooms-katholieke kerk (stellingen van Maarten Luther).
Ottomaanse_rijk_in_1683

Indeling van de middeleeuwen

De middeleeuwen worden vaak onderverdeeld in drie kleinere periodes:

  • De ‘vroege’ of ‘donkere’ middeleeuwen (500 – 1100) worden gekenmerkt door het verval van het Romeinse Rijk, toenemende barbarisering en verschillende invasies, zowel van Germaanse stammen als van enkele steppevolkeren. De vroege middeleeuwen eindigen na het uiteenvallen van het rijk van Karel de Grote, die het feodalisme heeft geïntroduceerd. Er ontstaan kleine lokale vorstendommen.
  • De ’hoge’ of ‘volle’ middeleeuwen (1100 – 1300) worden gekenmerkt door het belang van de feodale structuren. Gaandeweg begint het centraal gezag zich te herstellen. De paus en de Duitse keizer zijn de belangrijkste machten. De Europese staten richten zich buiten Europa voornamelijk op het Midden-Oosten: de Kruistochten. Het is een economische en culturele bloeiperiode.
  • Tijdens de ‘late’ middeleeuwen (1300 – 1500) leidde de kennis – verworven tijdens de kruistochten en opgedaan in de strijd tegen Arabische invallen in Spanje – tot een langzame overgang naar de nieuwe tijd. De Europese kooplieden richten hun aandacht buiten Europa op het oosten. Door de opkomst van rijke steden vermindert de greep van het feodale systeem. De pest, ‘de zwarte dood’, teistert Europa: hele streken raken ontvolkt door de ziekte.

Waardering en beoordeling

De middeleeuwen (her)ontdekt!

In zijn studie De ontdekking van de Middeleeuwen beschrijft Peter Raedts de veranderingen in beoordeling en waardering van de middeleeuwen: van minachting en schaamte in de renaissance tot verwondering en bewondering in onze tijd; van afwijzing van de ‘primitieve middeleeuwse volkscultuur’ door de renaissancisten tot het huidige besef dat de West-Europese cultuur op twee pijlers rust: de Grieks-Romeinse cultuur en de middeleeuwse cultuur met haar eigen wortels in het Keltische en Germaanse verleden.

Peter Raedts legt bij voorbeeld prachtig uit hoe ons Gymnasium een product is van de gedachte dat de échte, hogere cultuur op de klassieke Griekse en Romeinse wereld is gebaseerd. Hij laat zien dat we daarbij vergeten dat onze cultuur evenzeer wortelt in de Gothische en Frankische cultuur. Hij vraagt zich dan ook af of het verstandig is Grieks en Latijn te vervangen door/aan te vullen met de Gotische en Frankische talen ...

Ten slotte laat hij zien dat de (West-)Europese samenleving voor een groot deel is bepaald door de middeleeuwse (en zelfs Germaanse en Keltische) cultuurelementen. Vele daarvan zijn nog herkenbaar in het dagelijkse leven. En dan bedoelt hij niet een overblijfsel als Prinsjesdag in september, maar diepgewortelde dagelijkse gewoonten en gevoeligheden.

De ontdekking van de middeleeuwen

Inmiddels ondervindt hij veel bijval. In het boek Aan de rand van de wereld laat Michael Pye zien dat juist in de periode van 400 tot 800 veel meer gebeurde rond de Noordzee dan men tot nu toe dacht.

En ook in de recente BBC-documentaire The Dark Ages - an age of light - let op de titel - wordt getoond dat het gebied rond de Noordzee in die periode een economisch, cultureel en kunstzinnig centrum was. Nieuwe ontdekkingen en opgravingen hebben tot deze inzichten geleid.

Bijzonder en kenmerkend?

We zullen proberen de middeleeuwers - en uiteindelijk dus ook: ons zelf! - wat beter te begrijpen door hun eigen verhalen. Eén daarvan gaat over keizer Karel de Grote en de (roof)ridder Elegast: Karel ende Elegast, de titel is pas in de negentiende eeuw verzonnen en betekent 'Karel en Elegast'. Je leest eerst een paar zaken die je móet weten voordat je de tekst kunt gaan lezen:

  • Ontstaan van het verhaal;
  • De samenvatting van het verhaal van Karel ende Elegast: een keizer op dievenpad?

In het vervolg wordt duidelijk dat het verhaal van keizer Karel de Grote op dievenpad voor de middeleeuwer boordevol betekenissen zat die ons nu dreigen te ontgaan. Het bevat bovendien opmerkingen die voor de middeleeuwse toehoorders waarschijnlijk heel schokkend en aanstootgevend waren terwijl wij er nu de ernst niet van inzien.

In ieder geval is het verhaal bijzonder populair geweest ...

Karel ende Elegast: van luisterverhaal voor de adel tot leestekst voor het volk

... van luisterverhaal voor de adel
(1250)

... via leestekst voor de adel
(1400)

... tot leestekst voor het grote
publiek 1600)

verteller handschrift keboek