Renaissance in Nederland: de periode 1500 - 1700

Van middeleeuwen naar nieuwe tijd

De Renaissance is een algemeen Europese cultuurbeweging waarin de klassieke Griekse en Romeinse wereld herleefden. Ze ontstond in Italië (14de eeuw) en verspreidde zich via Frankrijk (15de, 16de eeuw) naar de Nederlanden (16de en 17e eeuw).

De Barok is een voortzetting van én een reactie op de Renaissance.

De zestiende- en zeventiende eeuw waren - op zijn zachtst gezegd - woelige eeuwen: de overgang van middeleeuwen naar een nieuwe tijd ging gepaard met veel onrust. Brandstapels brandden, ziekten woedden en er werd altijd wel ergens oorlog gevoerd. Maar het waren ook eeuwen van toenemende welvaart, groeiende handelssteden, verre reizen en belangrijke ontdekkingen. En daardoor ontwikkelden zich maatschappij, wetenschap en kunst. Onze huidige staat Nederland heeft in deze eeuwen grotendeels vorm gekregen.

Kijk maar eens naar veranderingen op kaart van Europa tussen 1500 en 1700. Je ziet aan alle staats- en grenswijzigingen dat het een turbulente periode is geweest.

In deze en de volgende pagina's worden de veranderingen op de drie genoemde terreinen uitgewerkt:

  • de maatschappelijke veranderingen
  • de vooruitgang van de wetenschap
  • de ontwikkeling van de kunst: Renaissance (1500 – 1630), Barok (1630 – 1700)

Daarna wordt ingezoomd op de literatuur

Veranderingen in wereld en maatschappij

Verdwijnen van de middeleeuwse standen

Al in de loop van de middeleeuwen – vanaf 1300 - verdween de standenmaatschappij langzamerhand: adel en geestelijkheid konden hun macht over de samenleving niet behouden. Een nieuwe groep nam de macht over: de burgerij. Zij stichtten en ontwikkelden steden en introduceerden nieuwe beroepen: koop-, ambachts- en handwerkslieden. Ook werd een eerste aanzet tot de dienstverlenende beroepen gegeven: vertalers, schrijvers, wetenschappelijk opgeleide dokters en juristen deden hun intrede. Voorwaarde voor hun professionele bestaan was de beschikbaarheid van betrouwbare kennis. En die werd mogelijk gemaakt door de opkomst van scholen, universiteiten, en … de boekdrukkunst.

De boekdrukkunst

De uitvinding van de boekdrukkunst (door de Duitser Johannes Gutenberg in 1445) had een enorme invloed op mens en maatschappij. Er konden nu op betrekkelijk goedkope manier en in korte tijd veel boeken worden vervaardigd en verspreid. Daardoor konden veel meer mensen kennis nemen van bestaande kennis en nieuwe ideeën over de wereld, godsdienst, kerk en wetenschap.

De kerk zag met lede ogen aan dat de kennis zich vooral onder de burgers verspreidde en dat veel ‘ketterse’ geschriften werden gedrukt. Ze legde daarom een lijst van verboden boeken aan, de zogenaamde index librorum prohibitorum, kort: de index. Maar niet elke drukker hield zich aan die index. Vooral in Nederland kon allerlei verboden werk gedrukt worden. Dat juist Nederland een vrijplaats was voor drukkers, had natuurlijk te maken met de strijd voor godsdienstvrijheid en onafhankelijkheid van Spanje.

Van handschrift naar boekdruk: introductie van nieuwe technieken

Het valt op hoe sterk de eerste boeken nog leken op de mooie middeleeuwse handschriften. Vergelijk de volgende twee afbeeldingen maar: Links een middeleeuws handschrift van de bijbel en rechts de door Gutenberg gedrukte bijbel.

Een pagina uit een middeleeuws Bijbelhandschrift:
het begin van het evangelie van Mattheus

Een pagina uit de eerste gedrukte Bijbel:
de Gutenbergbijbel

Het is opvallend hoe nieuwe technieken en media in het begin nog op een ouderwetse manier worden gebruikt. Dat geldt ook voor onze tijd. Een paar voorbeelden.

Ontdekkingsreizen

In de loop van de zestiende en zeventiende eeuw reisden West-Europeanen naar alle delen van de wereld en maakten kennis met veel verschillende culturen. Zij veroverden grote gebieden: Spanje en Portugal in Zuid-Amerika, Nederland voornamelijk in Zuidoost-Azië en Noord-Amerika. Engeland in Noord-Amerika, Afrika, India en Australië.

Gouden tijden: ontwikkeling van de handel

Door de ontdekkingsreizen en veroveringen elders in de wereld ontstond er voor het eerst een grote internationale handel in hout, granen, kruiden, suiker, koffie, tabak, edelmetalen, diamanten, ... én slaven. Die handel maakte de kooplieden en bankiers rijk, vooral in de ‘gouden’ zeventiende eeuw. Veel steden in Holland en Zeeland breidden uit. Het bekendst is wel de groei en bloei van Amsterdam: van 12.000 inwoners (in 1500) via 60.000 (in 1600) naar 140.000 (in 1650). Ook de plattegronden van de stad uit 1550, 1600 en 1650 laten die groei zien.

Handel, rijkdom en architectuur

De meest opvallende aanwijzing voor de groei van de rijkdom is wel dat de huizen van de kooplieden aan de grachten veranderden van ...

1550: wonen in een pakhuis 1650: resideren in een stadsvilla

En de interieurs van de huizen bevatten steeds meer kunst: schilderijen, beelden, Perzische tapijten, Chinees porselein, boeken.