• Gustave Courbet - Le Désespéré
  • Jean-François Millet, De arenleesters
  • A. Solomon, First Class The Meeting 1854 - originele versie
  • A. Solomon, First Class The Meeting 1854 - revisie
  • Vincent van Gogh, De aardappeleters
  • Claude Monet, Impression Soleil Levant 1872
  • Claude Monet, Waterlelies
  • Waterhouse_John_William-Dolce_Far_Niente_1880_kl
  • Wallis_Henry-_The_Death_of_Chatterton_kl
  • John_William Waterhouse, Hylas and the Nymphs 1896
  • Waterhouse_John_William-Circe_Offering_the_Cup_to_Odysseus_kl
  • Beardsley_Aubrey_-_The_Climax_kl
  • Lovis Corinth, Salome 1900
  • Klimt_Gustav_-_Judit_mit_dem_Haupt_Holofernes_1901_02_kl
  • Degas_Edgar_-_Danseuses_kl
  • Picasso_Pablo_-_Les_Demoiselles_d_Avignon_kl
  • Albert Gleizes, Les joueurs de_football
  • Franz Marc, Blaues Pferd 1911
  • Benedetto Enzo, Ciclista
  • Giacomo Balla, De auto in pole position
  • Giacomo Balla, Il mano di violista
  • Duchamp_Marcel_-_Nu_descendant_un_escalier_kl
  • Mondriaan_Piet_-_Composition_en_rouge_jaune_bleu_et_noir_1921_kl
  • Picasso_Pablo_-_Guernica_kl

1880-1915 - maatschappij

Inleiding

Wie heeft nog weet van de Krimoorlog (1853) en om welke reden die werd gevoerd? Of van de Frans-Duitse oorlog in 1870? Niemand! Daar staat de Eerste Wereldoorlog (1914-1918) tegenover: nog altijd/steeds vaker worden het uitbreken en het einde ervan herdacht. En we bezoeken de monumenten en begraafplaatsen die ervan over zijn, ook tijdens excursies in het onderwijs. De overgang van negentiende naar twintigste eeuw heeft een maatschappelijke, wetenschappelijke, technologische en kunstzinnige ‘aardverschuiving’ veroorzaakt: de Krimoorlog is passé, de Eerste Wereldoorlog heeft – hoe ver ook naar ons gevoel van ons verwijderd – met onze tijd te maken. In deze periode van vijfendertig jaren heeft onze moderne wereld gestalte gekregen.

Hetzelfde geldt voor de kunst. Een voorbeeld. Het Rijksmuseum te Amsterdam, voltooid in 1885, staat voor de negentiende eeuw, voor wat is geweest. Bijna tegelijkertijd werd in Parijs de Eiffeltoren gebouwd ter gelegenheid van de Wereldtentoonstelling in 1889. Een groter verschil is nauwelijks denkbaar!

Gebouwd in dezelfde tijd ...

Rijksmuseum (Amsterdam 1885)

Eiffeltoren (Parijs 1889)

Rijksmuseum Eiffeltoren
zwaar, massief, ouderwets:
het gewicht van het verleden
licht, transparant, futuristisch:
ruimtevaart, dna-spiraal

In de periode 1880-1915 heeft de moderne tijd zich aangediend. Hierna worden de veranderingen op drie terreinen uitgewerkt:

  • de maatschappelijke veranderingen;
  • de vooruitgang in wetenschap en techniek;
  • de ontwikkeling van de kunst.

Voor meer achtergronden kun je de website In Europa raadplegen. Een introductie vond je hier.

De maatschappelijke veranderingen

Op 27 januari 1880 ontving Thomas Edison het octrooi op de gloeilamp. Daarmee werd een reeks ontdekkingen, uitvindingen en ontwikkelingen ingeluid die de wereld grondig veranderden. Kijk maar eens naar het volgende schema:

Veranderingen in ongeveer vijfendertig jaar ...

18801915
Vervoer
koets, zeil- / stoomboot, ballontrein, auto, motorschip, vliegtuig
Communicatie
bode, brieftelefoon, telegraaf, radio
Energiebron
hout, steenkoolelektriciteit, olie
Lichtbron
kaars, olielampgaslicht, gloeilamp
Oorlog
soldaten, ruiters, kanonnensoldaten, tanks, artillerie, vliegtuigen

Technologische vernieuwing: rijkdom voor een minderheid

Tot ver in de negentiende eeuw kon men zich niet anders verplaatsen dan te voet, per paard, per boot of per koets. Pas halverwege de eeuw kwamen er snellere vervoermiddelen zoals de fiets (1861) en de trein. De komst van de benzineauto, die voor het eerst tijdens de wereldtentoonstelling in Wenen (1873) te zien was, betekende vrijheid voor de (rijke) individu. In 1903 ging het eerste vliegtuig de lucht in. Het leven werd sneller, de wereld werd kleiner. Zeker toen telegraaf en telefoon hun intrede deden. De beperkingen van ruimte en tijd leken overwonnen: men kon op elk willekeurig tijdstip met iemand op een willekeurige plek op de wereld communiceren.

De industriële revolutie maakte het leven voor de rijken steeds comfortabeler. Woningen kregen eerst gasverlichting en daarna elektrische verlichting, stromend water, verwarming en gordijnen voor de ramen. Terwijl de mannen veel geld verdienden op kantoor, doodden vrouwen de tijd met pianospelen, handwerken, lezen en het onderhouden van sociale contacten volgens de strenge regels uit het etiquetteboekje.

Dat 'luie' leventje was vaak niet echt opwindend en velen zochten een uitweg uit de verveling. Er heerste in de hogere maatschappelijke kringen een merkwaardige dubbelmoraal: enerzijds hield men een enorme Victoriaanse preutsheid hoog, anderzijds waren er allerlei uitingen van decadentie.

Victoriaanse preutsheid en fin-de-siècle decadentie

De benaming Victoriaans komt van koningin Victoria (1809-1901) van Engeland. Van haar mochten zelfs boeken van mannelijke en vrouwelijke schrijvers niet naast elkaar staan. Ook liet zij de stoelpoten met doeken omwikkelen, omdat ze te veel aan vrouwenbenen deden denken. Deze preutsheid leidde echter juist tot een geheim circuit van pornografische werkjes en stiekem bordeelbezoek. Een voorbeeld van Victoriaanse kunst zie je hieronder. Links het origineel, rechts de ‘herziene’ versie van het schilderij First Class – The Meeting (1855) door Abraham Solomon. Het origineel werd als te controversieel beschouwd omdat de jongeman met de jongedame flirtte terwijl haar vader zat te slapen ...

First_Class_The_Meeting_01 First_Class_The_Meeting_02

Deze combinatie van preutsheid en decadentie leidde tot veel verwarring. Mannen in de elitelaag hielden er een dubbele moraal op na: ogenschijnlijk waren ze eerzaam en trouw, maar waar kwamen dan al die bordelen vandaan? En waren vrouwen eerbaar en zwak, of gingen ze stiekem - achter de rug van hun man - hun eigen gang en leidden ze een dubbelleven om uiting te geven aan hun diepe, voor mannen onnavolgbaar geachte gevoelsleven. In ieder geval was duidelijk dat financiële en materiële zorgeloosheid gecombineerd met maatschappelijke status niet noodzakelijk leidden tot geluk: het gevoelsleven en het gevoel van eigenwaarde konden sterk onder druk komen door de gouden kooi waarin vrouwen leefden. Dit gevoel van onzekerheid wordt wel het fin-de-siècle-gevoel genoemd.

Rijkdom, jaloezie, verveling en leegte ...

De eerste schrijver die hieraan aandacht besteedde was de Franse schrijver Gustave Flaubert In zijn roman Madame Bovary (1856) vertelt hij het leven van Emma Bovary: een mooie jonge vrouw die getrouwd is met een gewaardeerde dierenarts te Rouen in Normandië. Volgens de normen van de tijd zou zij gelukkig moeten zijn. Maar ... zij is het niet. Ze verwacht meer van het leven dan materiële zorgeloosheid en maatschappelijk aanzien. Zij krijgt een reeks relaties met andere mannen.

Flaubert beschrijft de overspelscènes zonder morele afkeuring uit te spreken. Dat levert hem een proces wegens zedeloosheid op. Hij wint en vanaf dat moment wordt Madame Bovary door een groot publiek (met rode oortjes) gelezen.

De Nederlandse schrijver Marcellus Emants heeft in zijn novelle Zwijgen het thema ook gebruikt. Wellicht is ook de naam ‘Emma’ van de hoofdpersoon ontleend aan Madame Bovary ...

Zwijgen gaat over het huwelijk van Emma en Willem Blank. Willem Blank is referendaris bij een ministerie en hij houdt van zijn vrouw op de wijze waarop dat in burgerlijke milieus in de vorige eeuw veelvuldig het geval moet zijn geweest: omdat zij ‘zijn’ vrouw is, als een bezitter. Voor Emma is dat niet genoeg en zij lijdt eronder, omdat zij intuïtief voelt dat Blank geeft wat hij heeft: (slechts) burgerlijk bezitsinstinct. Dat verklaart haar onvoldaanheid en haar leegte.

In die leegte vindt zij troost bij een huisvriend, luitenant Siria. De verhouding tussen hen is gebaseerd op een werkelijk gevoel van vriendschap en wederzijds begrip. Verder gaat hun relatie niet. Siria is een man met een pessimistische levensovertuiging en wat hij Emma kan leren, is zichzelf te aanvaarden, zoals ook hij zichzelf aanvaardt.

Het moderne in Emants is, dat hij duidelijk weet te maken dat die ‘onschuldige’ verhouding tussen Emma en Siria veel dieper, want wezenlijker, is dan de huwelijksband tussen Emma en haar man. Maar Willem die niet anders kan leven dan in toestanden van zelfbedrog en schijn, begrijpt dit niet. De waarheid is in zijn ogen bedrog en hij verdenkt Emma van ontrouw en overspel.

In zijn onrust gaat hij naar Siria en heeft een lang gesprek met hem. Daaruit blijkt dat er 'niets' aan de hand is. Weliswaar is Emma niet gelukkig, maar tegen het gevoel van ontevredenheid bij sommige vrouwen is toch niets te doen, meent hij, en als Siria naar Atjeh vertrekt, is er geen verdere reden meer tot ongerustheid. Hij besefte instinctief, zegt Emants sarcastisch, “zich te moeten wachten voor een dieper kritisch onderzoek”. Het bewonderenswaardige van dit zuiver objectiverend vertelde verhaal is de manier waarop Emants, los van alle naturalisme, een veel moderner kijk op de werkelijkheid ontwikkelt. ‘Modern’, omdat hij in de personages van Emma en Siria een beeld ontwerpt van een ‘nieuwe’ psychologie: het onvermogen tot communicatie, en van de moderne persoonlijkheid, die de illusie van de conventie, de gewoonte vervangt door de realiteit van de ervaring. Afgezien van het milieukader, dat typisch tot het fin-de-siècle behoort, kan men zijn novelle lezen als een verhaal over mensen van onze eigen tijd.

En als je goed kijkt, duiken er in de literatuur veel jonge, welgestelde vrouwen op die in materiële welstand leven maar (innerlijk) ongelukkig zijn: Louis Couperus, Eline Vere; Frederik van Eeden, Van de koele meren des doods . Over het laatste boek is een prachtige studie verschenen van de psychiater Prof. Dr.H.C. Rümke, Over Frederik van Eeden’s Van de koele meren des doods.

Prof_Rümke Rumke_omslag

Technologische vernieuwing: armoede voor gewone mensen met als gevolg sociale onrust

Voor de grootste groep mensen was het leven bikkelhard. Velen leefden in armoede. Arbeiders hadden werkdagen van zestien uur of meer en ook dan moesten vrouw en kinderen meewerken om voldoende te verdienen. De kinderen van de gewone mensen gingen pas naar school toen de leerplicht werd ingevoerd (tussen 1868 en 1886). Om deze toestanden te verbeteren werden in veel Europese landen vakbonden en socialistische partijen opgericht, die hogere lonen, kortere werktijden, afschaffing van de kinderarbeid en invoering van ouderdoms- en ziekteverzekeringen eisten. De socialistische partij, geïnspireerd door Karl Marx en Friedrich Engels, maakte zich ook sterk voor het kiesrecht. In Nederland werd het algemeen kiesrecht voor mannen in 1917 en voor vrouwen in 1922 ingevoerd.

Sociale misstanden: kinderarbeid en onderbetaling van arbeiders

De schrijver, voordrachtskunstenaar, tekenaar en schilder J.J. Cremer was fel gekant tegen kinderarbeid. In 1863 hield hij een lezing over Leidse fabriekskinderen die in de textielindustrie tien tot vijftien uren per dag moesten werken.

De lezing werd later als brochure verspreid en als boek uitgegeven: Fabriekskinderen, 1863. Het gaf aanleiding tot wetgeving waarin de ergste excessen werden bestreden. Ook zijn persoonlijke bemoeiingen hebben een belangrijke invloed gehad bij de besluitvorming om kinderarbeid af te schaffen. In 1874 kwam het Kinderwetje van minister Van Houten waarbij het verboden werd om kinderen onder de 12 jaar in fabrieken te laten werken.

Eerder hadden de Engelse schrijver Charles Dickens in Oliver Twist (1838) en de Franse schrijver Victor Hugo in Les Misérables (1862) het harde leven van gewone mensen beschreven en daarmee maatschappelijke opschudding veroorzaakt.


(1863)

(1838)

(1862)

Internationale spanningen

Er waren niet alleen veel binnenlandse conflicten, maar ook tussen de landen onderling ontstonden steeds meer spanningen. De landen die het traditioneel voor het zeggen hadden (Engeland, Frankrijk en Oostenrijk-Hongarije) moesten een stapje terug doen, want er kwamen in Europa twee nieuwe mogendheden op: Duitsland en Rusland. Bovendien zorgde de strijd om koloniën en grondstoffen voor politieke spanningen in Europa: verschillende landen beconcurreerden elkaar om delen van Afrika te veroveren. De spanningen liepen uiteindelijk zo hoog op dat de regeringsleiders van de grote Europese landen deze niet meer konden beheersen: in 1914 brak de Eerste Wereldoorlog uit. Aan het begin gingen veel vrijwilligers naar het front. Maar de werkelijkheid was daar een heel andere dan uit de verhalen van vorige conflicten bleek. De oorlog was een totale ontluistering van de wereld.

De oorlog markeerde het einde van de oude wereld en de start van onze, moderne tijd.

Eerste Wereldoorlog

Zo vertrokken de soldaten naar het front ...

1914_Furth_Hbhf
1914 Duitse soldaten uitgezwaaid op het station van Fürth

Dit wachtte hun ...

1916_Somme
1916 Engels regiment in een loopgraaf aan de Somme
1917_Ieper
1917 Het 'bos' van Ieper

Na de oorlog bleven slechts de begraafplaatsten ...

1917_Ieper
Begraafplaats en 'ossuaire' van Douaumont bij Verdun
met daarin de ruimtes met de botten van ongeïdentificeerde soldaten.
Knekelruimte